Studieverlof 11 - Post-Christendom
Studieverlof 11 - Post-Christendom
Met vallen en opstaan is de kerk al eeuwen lang bezig het Woord op eigentijdse wijze te verkondigen. Als ik de jongste terminologie mag geloven, is ze zelfs zo succesvol geweest, dat er in het (recente?) verleden een 'christelijke tijd' is geweest. Wanneer en waar was dat? Helaas is mijn tijd, naar 'men' nu zegt, inmiddels post-christelijk geworden.
Aldus een mail die ik ontving naar aanleiding van mijn onderwerp voor het studieverlof.
Een christelijke tijd?
Hij vraagt zich af of er ooit een christelijke tijd is geweest. Ik heb die vraag van meer mensen gehoord. En ik kan me dat voorstellen. Hoe je die vraag beantwoordt hangt af van wat je onder ‘christelijk’ verstaat. Als je hieronder verstaat, dat het Christendom de meest gezichtsbepalende invloed in de samenleving was, dan zou je hier inderdaad over kunnen spreken. Die tijd hebben we inderdaad gehad en volgens sommigen is die tijd nog steeds niet voorbij.
Christendom
Woensdag 20 mei heb ik een studiedag bijgewoond met de Engelsman Stuart Murray als hoofdspreker. Hij gebruikt voor de periode waarop ik hierboven doelde liever het begrip Christendom. Christendom is de gestalte die de cultuur heeft aangenomen vanaf eind derde, begin vierde eeuw. De meest bepalende ontwikkeling daarvoor was de beslissing van Keizer Constantijn om het Christelijk geloof tot officiële religie van het romeinse rijk te maken. Vanaf dat moment ontstond er een relatie tussen de Christelijke kerk en de Westerse samenleving waardoor beide blijvend beïnvloed zijn. Die relatie en die wederzijdse beïnvloeding heeft voortgeduurd tot in de zestiger jaren van de twintigste eeuw en is er tot op zekere hoogte nog steeds. Om die reden kon je in de periode van Constantijn tot de jaren zestig in West-Europa spreken van en christelijke cultuur, die hij dus aanduidt als Christendom.
Post-Christendom
Volgens Stuart Murray en anderen is er sinds de jaren zestig een kentering gaande waardoor het steeds dubieuzer wordt om nog van een christelijke cultuur te spreken. Enkele tekenen daarvan zijn de marginalisatie en de toenemende pluriformiteit van kerk en geloof in West Europa. De positie van de kerk en het christelijk geloof is in de afgelopen decennia veranderd. Zij zullen daardoor zelf ook veranderen en zij worden uitgedaagd om nog verder te veranderen. Er zal een nieuwe cultuur tot ontwikkeling komen die Stuart Murray als Post-Christendom aanduidt. De periode voor het Christendom duidt hij aan als Pre-Christendom
Helaas Post-Christelijk?
Moeten we nu rouwig zijn over deze ontwikkelingen? Eerlijk gezegd geloof ik van niet, want de vraag van de email-schrijver is ook terecht: Wanneer en waar was die christelijke tijd dan?
Anders gezegd: je kunt je afvragen in hoeverre die cultuur en de kerk van die tijd werkelijk christelijk genoemd kunnen worden. Als je onder christelijk verstaat: in overeenstemming met de leer en het leven van Jezus, dan valt er nogal wat af te dingen op de christelijkheid van kerk en cultuur. Ik geloof dat de opkomst van een Post-Christelijke cultuur juist kansen biedt om de kern van het evangelie van Jezus te herontdekken en om christelijk geloven en (samen)leven opnieuw vorm te geven .
Wat is er mis met het Christendom?
Om dit te begrijpen is het belangrijk dat je ziet dat er onder invloed van de verbinding van kerk en staat door het besluit van Keizer Constantijn, een belangrijke verschuiving heeft plaatsgevonden waardoor christelijk geloven en (samen)leven behoorlijk van karakter zijn veranderd. Een aantal van die veranderingen zijn moeilijk of niet te rijmen met de weg en de boodschap van Jezus.
-De samenleving werd opgevat als een theocratie, die geregeerd werd door keizer en clerus
-Mensen werden Christen door geboorte en daarom verplicht gedoopt. (uitzondering: Joden)
-Orthodoxie werd gedefinieerd als het algemeen gedeelde geloof dat door machtige kerkleiders met steun van de staat werd vastgesteld en opgelegd. Afwijkende opvattingen werden niet getolereerd.
-De zogenaamde christelijke moraal werd bij wet opgelegd aan iedereen.
-Een hiërarchisch kerkelijk systeem analoog aan de staats hiërarchie.
-Onderscheid tussen Clerus en leken-gelovigen, waarbij leken nog slechts een passieve rol was toebedeeld.
-Toenemende rijkdom voor de kerk en verplichte afdracht van tienden om het systeem overeind te houden.
-Verdeling van de wereld in Christendom en heidendom en het voeren van oorlogen in de naam van de kerk.
-Gebruik van politieke en militaire macht om de christelijke religie aan te nemen.
-Dit alles werd meer op het Oude Testament dan op het Nieuwe Testament gefundeerd.
-Meer aandacht voor persoonlijk heil in het hiernamaals dan voor de verwachting van de komst van Gods Koninkrijk.
-Discipelschap werd opgevat als loyaal burgerschap
-Kerk en wereld vielen vrijwel samen
-Het Koninkrijk van God viel samen met de Christelijke Staat.
-Kerkdiensten werden een presentatie van enkelen voor de massa.
-Heil. vergeving, werd uitgedeeld of onthouden door de kerkelijke hiërarchie.
-Door de verbinding van kerk en staat betekende kerkelijke tucht volkomen uitsluiting en soms zelfs de dood.
-De kerk raakte meer gericht op zeker stellen van het voortbestaan dan op zending.
-Verschillende Nieuw Testamentische functies en gaven werden niet meer gehonoreerd. Wat bleef waren herders en leraars.
-De kerk maakte zich drukker om de orde in de samenleving dan om gerechtigheid.
-Vijandsliefde en vrede stichten werden vervangen door de formatie van een christelijk leger en de theorie van een gerechtvaardigde oorlog of zelfs een ideologie van de heilige oorlog waar de vroege christenen eerder pacifist waren.
-Het kruis werd meer een symbool voor strijders in de oorlog die het leven van anderen namen dan een herinnering aan de oproep van Jezus om je leven af te leggen.
-Trouw aan de heersers moest met een eed op de naam van God onderstreept worden. Daarmee werd een heidense gewoonte overgenomen en werd God ondergeschikt gemaakt aan de heersers.
-De Bijbeluitleg werd gekenmerkt door: rechtvaardiging en ondersteuning van de dominante cultuur; meer aandacht voor het Oude Testament dan het Nieuwe Testament en marginalisatie van leer en leven van Jezus.
-De aandacht verschuift van het volgen van Jezus naar het aanhangen van de juiste leer over Jezus.
-In de leer die ontwikkeld wordt verdwijnt Jezus ook naar de marge.
Nieuwe kansen
De verbinding van kerk en staat heeft de kerk en het christelijke geloof bepaald niet onberoerd gelaten. Het ziet er naar uit dat het Christendom in hoge mate beïnvloed is door de belangen van de staat. Daarbij komt dat vrijwel de gehele geloofsleer, inclusief de oudste belijdenissen in deze periode hun huidige vorm hebben gekregen. Voor mij is dat reden om kritisch te zijn naar alles wat het Christendom ons heeft overgeleverd. De ontwikkeling naar een Post-Christelijke en postmoderne samenleving bieden daarvoor nieuwe kansen lijkt mij.
Groet en bedankt voor het lezen
Marten
28. Mai 2009